Articles Comments

Kobudoschool » Kobu No Zen

Kobu No Zen

 

Kobu-No-Zen  

  Introductie

 

Kobu-No-Zen is een Kobudoschool en is gehuisvest in Purmerend. De lessen worden gegeven door Kenneth Nwosu (3e dan) en Rob de Groot (3e dan). Beide leerlingen van branch chief Frank van den Nieuwendijk van Sportschool S. van den Nieuwendijk in Zaandam.

Kobu-No-Zen betekent letterlijk Zen van de oude krijgskunsten. In de naam van de school verwijst het woord Zen(boeddhisme) naar de filosofische opvattingen van de oude strijders. Dit is uit respect voor de meesters die ons de technieken hebben overgeleverd, maar ook om het geestelijke aspect van het trainen met wapens te benadrukken.  

In tegenstelling tot de meeste Kobudoscholen wordt al vanaf het begin met een vijftal wapens getraind. Voor de jeugd wordt er les gegevens v.a. 10 jaar.  

Kenneth Nwosu en Rob de Groot na het behalen van de 3e dan graad.

Dojo etiquette

 

Iedere dojo heeft zijn eigen gedragsregels. Zoals veel ‘normale sporten’ spelregels hebben om de sportiviteit en eerlijkheid te verzekeren, hebben budo (krijgskunsten) dojo-etiquette om respect en eerlijkheid te bevorderen. De dojo-etiquette van veel diverse Japanse budo komt vaak in meerdere onderdelen overeen zoals het groeten (d.m.v. buigen) bij het begin en aan het einde van de les en het buigen bij het betreden van de dojo of de mat. De etiquette is gericht op respect voor elkaar, voor de budo die wordt beoefend en voor de (historische) personen die deze budo hebben ontwikkeld en overgedragen. De dojo-etiquette die bewust wordt nageleefd, doet bij de beoefenaar vanzelf een meer oprechte en positieve houding ontstaan.Voor mensen die nog niet bekend zijn met dojo-etiquette kan dit in het begin nogal ceremonieel overkomen. Na verloop van tijd echter worden dit automatische handelingen. Je zult de omgangsvormen gaan omarmen als iets wat vanuit je innerlijk als juist en correct wordt ervaren, niet als iets wat wordt opgelegd van buitenaf “omdat het nu eenmaal zo hoort”.

Kom je in een andere dojo dan de onze dan zal de etiquette op sommige punten verschillen. Overal geldt dat je de etiquette van de dojo waar je op dat moment traint, aanhoudt. In zulke gevallen is dus het advies om simpelweg goed op te letten wat de overige leerlingen doen.

Hieronder volgt een overzicht van de etiquette die van toepassing is in onze dojo:

Voor de les:

  • Bij het betreden van de dojo wordt staande gegroet (Ritsu-Rei). Het groeten bij het binnenkomen van de dojo heeft als betekenis dat je hiermee aangeeft je te willen conformeren met de regels die binnen deze dojo heersen. In de oosterse betekenis komt hier een religieus aspect bij. De betekenis van een dojo is tevens die van tempel waar in de sfeer van het Zenboeddhisme het Budo (de weg van de krijgskunst) wordt beoefend.
  • Het is een goede gewoonte om voor de training altijd op tijd aanwezig te zijn. Indien niet op tijd aanwezig wacht je aan de zijkant van de zaal totdat de sensei (leraar) aangeeft dat je deel kan nemen aan de les.
  • Iedereen helpt mee om de dojo voor aanvang van de training in orde te maken en deze na afloop weer op te ruimen.

Bij aanvang van de les:

  • Bij het commando “seiretsu” (opstellen) stelt iedereen zich op op de matten.
  • Neem bij het groeten bij het begin en einde van de les en bij het opstellen, aan de rechterzijde van de eerst hoger gegradueerde plaats (senpai-systeem).
  • Op het commando van de sensei “Seiza” knielt iedereen. Eerst met het linkerbeen, dan met het rechterbeen, de tenen in de mat. Vervolgens worden voeten plat neergelegd. De knieën zijn zo ver uit elkaar dat er precies twee vuisten tussen kunnen. De handen worden op de bovenbenen gelegd. Het hoofd wordt rechtop gehouden.
  • Op het commando “Mokuso” (uitspraak: moksoo) sluit iedereen de ogen en legt de handen met de handpalmen omhoog (rechterhand boven) en de duimen tegen elkaar in de schoot. Belangrijk hierbij is dat je rechtop zit op een ontspannen wijze. Het hoofd wordt hierbij rechtop gehouden. De bedoeling van Mokuso is dat de leerling zich geestelijk voorbereidt op de les. Hij moet als het ware de dagelijkse beslommeringen achter zich laten en zijn gedachten richten op hetgeen gaat gebeuren in de dojo. Hij moet zich openstellen voor hetgeen hij gaat doen in de les. In de betekenis van het Zenboeddhisme moet de leerling zijn geest “leegmaken”. Dit houdt in dat de leerling nergens meer aan denkt. Hij wordt niet meer gehinderd door emoties of gedachten die zijn handelen in de weg staan (Zan-Shin).
    Dit duurt ongeveer 30 seconden tot een minuut. De sensei kondigt aan “Mokuso-Yame”, waarop de ogen worden geopend en de handen weer op de bovenbenen worden gelegd. Vervolgens worden de commando’s “Otaga-Ni-Rei” (groet de oudere leerlingen), “Sensei-Ni-Rei” (“groet de leraar”) en “Shomen-Ni-Rei”* (groet het ‘hoofd’ van de oefenzaal) gegeven. Na elk van deze  commando’s wordt eenmaal kort gebogen. Het groeten bestaat uit een voorwaartse buiging, waarbij de handen voor op de grond worden gelegd, de wijsvingers en de duimen tegen elkaar, zodanig dat een driehoek wordt gevormd. Dit groeten moet op rustige wijze geschieden. “Tatte”(opstaan), zet hierbij de rechter voet naar voren, richt je op en zet dan de linker bij tot musubi dachi. Hierna volgt nog een staande groet onder het uitspreken van de woorden “Onegai Shimasu” dat neerkomt op ‘ik nodig u uit /verzoek u met mij te trainen’.

*Shomen: Het hoofd van de oefenzaal is de symbolische verblijfplaats van de overleden ‘voorvaders’ van de Budo. Hun inzet in het verleden kunnen nu een reden voor je zijn om je dankbaarheid te betuigen voor het doorgeven van de stijl die je nu beoefent.Wanneer er een altaar is aan het hoofd van de zaal wordt ook wel de aanhef ‘Shinden Ni’ gebruikt

Tijdens de les:

  • Wees niet rumoerig maar concentreer je op de les en zorg voor een juiste instelling (m.u.v. de kiai natuurlijk). Oefen wel altijd met plezier. Een positieve instelling (enthousiasme, vreugde) wordt op prijs gesteld. Dit komt de sfeer in de dojo alleen maar ten goede.
  • De leraar wordt (tijdens de les) met ‘sensei’ aangesproken.
  • Het is voor ieders belang dat je laat merken of je een bepaalde uitleg, demonstratie of instructie begrijpt of er in ieder  voldoende aan hebt. Dit kun je, in het positieve geval, laten  merken door een buiging. Al dan niet met de woorden ‘hai’ (ja),  of ‘wakarimasu’ (ik begrijp het).
  • Bij het begin en bij het beëindigen van de les en tijdens instructies of uitleg van technieken door de leraar, zit iedereen op de mat in seiza (zithouding op de knieën), of met de benen gekruist in ‘kleermakerszit’.
  • Als je, na de algemene klassikale instructie van de leraar, met iemand wilt oefenen, maak dit dan duidelijk met een buiging naar de persoon toe. Deze uitnodiging behoort, eveneens door middel van een buiging, door iedereen zonder tegenspraak of afwijzing te worden aanvaard.
  • Na afloop of onderbreking van de oefening groet je elkaar weer op dezelfde wijze met eventueel daarbij nog een vriendelijk bedankwoordje.
  • Indien je elkaar nog niet kent is het beleefd om je bij het buigen voor de oefening voor te stellen.
  • Toon onderling respect en behulpzaamheid.
  • Om redenen van veiligheid geen ringen of metalen voorwerpen dragen tijdens de training.
  • Vrouwen worden verzocht een wit T-shirt of hemd onder het jasje te dragen.
  • Mobiele telefoons uit of stil.

Einde van de les:

  • Het ‘uitgroeten’ gebeurt op dezelfde wijze als het ‘ingroeten’ met twee veranderingen. De volgorde van de commando’s “Otaga-Ni-Rei”, “Sensei-Ni-Rei” en “Shomen-Ni-Rei” is precies omgekeerd. Hiernaast wordt na het opstaan ‘domo arigato gozaimashita’ (de beleefdere vorm van ‘dank u wel’) in plaats van ‘Onegai Shimasu’ gezegd.

  Het logo

 Het logo van Kobu No Zen bestaat uit 3 onderdelen, allen geplaatst binnen een cirkel, één van de symbolen van Zenboeddhisme.

  • De kanji
  • Maan en zon, ying en yang, Kian en Kun
  • De rijzende zon
  • Het familie ‘logo’ van de Miyoga clan.

De kanji (en hiragana):

De Japanse tekens, kanji, betekenen Ko Bu no Zen.

Ko=Oud

Bu=Krijgskunst

No (hiragana) =van

 

Zen

De volledige betekenis wordt dan Zen van de oude krijgskunsten.

Uitleg kanji Bu:

Er zijn zeer veel bronnen te vinden met uitleg over de betekenis en samenstelling van Kanji, dit zijn slechts 2 voorbeelden hiervan.

Bron 1:

The derivation of the kanji ‘bu’ is complicated, but it is important in understanding its meaning. There is first its historical meaning, and also its modern interpretation. The kanji bu is made up from two (tome and hoko) or three (tome, ni and hoko) constituent kanji (there is no absolute consensus):

とめ  tome – stop, halt (modern meaning) or foot, advance, march (historical meaning)
 ni – two
ほこ  hoko – polearm, Japanese halberd (broad-bladed spear with crossbar)

 

The historical or original meaning was ‘to advance with the polearm’, or simply, ‘war’. The meaning of the first kanji ‘tome’ has altered over the years, and its modern meaning is ‘to stop’. This has prompted a reinterpretation of the kanji ‘bu’ as ‘to stop the polearm’, or ‘to stop two polearms’. The modern meaning is then ‘to stop violence’, or ‘to prevent conflict’. This is the meaning of bu taught within Shorinji Kempo.

bron: www.ecs.soton.ac.uk/~dkw02r/kempo/budo.htm

Bron 2:

In Asia, since ancient times the spear has been the symbol of the warrior. Rendered into calligraphy in ideographic form, the spear is a basis for many kanji. It is the root for bu, the prefix used in a number of words concerned, not surprisingly, with things of a martial nature. There is bugei (martial skills), bushi (the feudal class of warrior gentility), and buke (an ancestral warrior family).

It would seem logical that the character for the spear alone would be sufficient to connote military. But, in making up the kanji for bu, the brushstrokes for spear are accompanied by additional strokes that mean “suppressing a revolt. ” The whole character for military, then, actually refers to “quelling an uprising by use of the polearm. ”

Smothering insurrections has been the purview of the military throughout civilization. Nowhere more than in Japan has it been the task of the warrior caste to enforce order. In the best of times, these military efforts restored peace and promoted culture in Japan. In the worst, they reinforced cruel oppression and crushed the spirit of the land. And so the bushi, the only well-armed class of old Japan, were both heroes to the people as well as tools of tyrants.

The spear used in the Japanese martial arts, the yari, is not a projectile weapon. It was wielded on the battlefield like a polearm. The yari’s tip is pointed for thrusting, but the blade typically is long and edged on both sides. The yari could be used to slash either right or left. So it is apt that the yari, a weapon to cut in opposing directions, would form the basis of so many words dealing with the martial. Just as he may today, the warrior in feudal Japanese society could cut both ways: for good or for evil.

Bron: www.koryu.com

Leave a Reply

Connect with Facebook

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>

*